Gezinstherapie

Een gezin kan om hulp vragen, voor een van haar gezinsleden (bijvoorbeeld een kind) of voor het gezin als geheel. Ook als ogenschijnlijk het probleem bij 1 gezinslid ligt, kan gezinstherapie een goed idee zijn. Gezinsleden kunnen onbedoeld elkaars problemen in stand houden of verergeren. Het probleem van 1 gezinslid wordt dan een gezamenlijk probleem.

Gezinstherapie volgens de tweede en derde generatie cognitieve gedragstherapie is geschikt voor allerlei soorten gezinnen, waaronder gezinnen met twee ouders en 1 of meer kinderen, eenouder gezinnen en samengestelde gezinnen. Uitgangspunt is: Accepteer wat je niet kan veranderen en steek je energie in die zaken die zich wél in positieve zin laten veranderen. Deze vorm van gezinstherapie kan worden onderverdeeld in 2 stappen die een duidelijke structuur en leidraad voor handelen geven. Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat deze 2 stappen belangrijk en effectief zijn in het begeleiden van gezinnen met problemen. We zullen deze twee stappen hieronder bespreken. Stap 1 is gebaseerd op de derde generatie cognitieve gedragstherapie, stap 2 op de tweede generatie cognitieve gedragstherapie.

De hulpverlening aan gezinnen is vaak sterk oplossingsgericht. Heel begrijpelijk, zeker in crisissituaties. Vaak is er hierdoor echter maar weinig systematisch aandacht voor de relaties tussen gezinsleden. Is hier onvoldoende aandacht voor dan kan het gebeuren dat problemen slechts tijdelijk worden opgelost en/of er al snel nieuwe problemen ontstaan. Veel hulpverleners zijn zich hier wel bewust van maar weten niet goed hoe ze dit aspect van de hulpverlening aan moeten pakken. De opleiding Gezinstherapie van de IBT-Academie helpt om zowel de onderlinge relaties te verbeteren als concrete problemen op te lossen.

Blijvende positieve veranderingen

Om te komen tot meer blijvend positieve veranderingen in het gezin, moet er eerst aandacht zijn voor de onderlinge relaties tussen gezinsleden. Immers, als gezinsleden boos op elkaar zijn, zich afzonderen, veel irritaties ervaren of anderszins tegenover elkaar staan, is het heel lastig om samen problemen op te lossen. Gezinsleden moeten eerst op een andere manier met elkaar leren omgaan.

Stap 1. Accepteren en tolereren van verschillen

Gezinsleden verschillen in allerlei opzichten van elkaar. Vaak zijn dat verschillen die zich niet zomaar laten veranderen. Denk aan verschillen in persoonlijkheid, behoeften en overtuigingen. Is de een bijvoorbeeld netjes, de ander is slordig, wat kan zorgen voor aanhoudende ergernissen. En als ouders kan je school wel belangrijk vinden maar als je kind dat niet vindt, kan je daar eindeloos over ruzie maken met elkaar. Acceptatie houdt in dat gezinsleden de onderlinge verschillen tussen hen niet langer veroordelen maar deze erkennen en respecteren. Ze proberen zich in te leven in elkaar en te begrijpen waarom de ander de dingen anders doet, wil of vindt. Idealiter omarmen ze de verschillen tussen hen als iets wat henzelf en hun onderlinge relaties rijker maakt. Is acceptatie niet haalbaar dan kan worden gewerkt aan tolerantie. 

Tolerantie houdt in dat je de onderlinge verschillen niet fijn vindt en misschien ook niet zo goed begrijpt maar ze wel kan verdragen zonder er meteen negatief over te doen. Door acceptatie en tolerantie wordt de strijd die gezinsleden tegen elkaar voeren een halt toegeroepen. Er ontstaat een meer gezamenlijke houding, waardoor het aanpakken van problemen makkelijker wordt. Acceptatie wil overigens niet zeggen dat mensen al het gedrag van hun gezinsleden altijd maar zouden moeten accepteren. Sterker nog, dat is lang niet altijd een goed idee. Gezinsleden kunnen zich heel vervelend gedragen, en bijvoorbeeld verbaal of fysiek gewelddadig zijn naar elkaar toe. Met acceptatie wordt bedoeld dat gezinsleden accepteren wie de ander is, inclusief wat die ander voelt, denkt, wil en vindt, maar niet per se dat ze het gedrag van de ander ook accepteren. Je kan van iemand houden maar niet van diens gedrag. 

In deze opleiding leer je als hulpverlener hoe je gezinsleden kan helpen elkaar beter te accepteren en tolereren. Daar zijn namelijk hele concrete technieken voor, zoals empathische aansluiting en gezamenlijke onthechting.

Stap 2. Vaardigheden aanleren: beter communiceren en problemen oplossen.

Naast acceptatie en tolerantie, helpt de hulpverlener gezinsleden hun communicatieve en probleemoplossende vaardigheden verbeteren. Goed met elkaar communiceren en problemen oplossen zonder geruzie is in veel gezinnen geen vanzelfsprekendheid. Zeker niet als bepaalde onderwerpen gevoelig liggen of als er druk op de ketel staat. Vaak zitten gezinsleden gevangen in destructieve communicatiepatronen en wordt er gecommuniceerd vanuit impulsen en gekwetste gevoelens. Als hulpverlener leer je gezinsleden hoe ze deze communicatiepatronen los kunnen laten. Je helpt ze luisteren, en hun gevoelens, behoeften en kritiek verwoorden op zo’n manier dat dit niet voor ruzie zorgt. Daarnaast help je ze om op methodische wijze om te gaan met concrete dagelijkse problemen op het gebied van geld, school, werk, huishouden, familie en ga zo maar door. Deze vaardigheden helpen gezinsleden om zowel problemen die nú spelen als ook toekomstige problemen effectief samen aan te pakken. En dat maakt het gezin veerkrachtiger voor de toekomst. 

NB: Beter communiceren en met elkaar omgaan doen gezinsleden niet alleen in stap 2, ook in stap 1 gebeurt dit al. In stap 1 help je gezinsleden anders communiceren om te komen tot meer acceptatie en tolerantie. Daar is anders communiceren een middel om te komen tot een doel (acceptatie en tolerantie). In stap 2 is een betere communicatie een expliciet doel in de therapie. Je kan de stappen niet zomaar omdraaien. Eerst moet de boosheid en stress uit de onderlinge relaties. Pas dan kunnen gezinsleden zich vaak concentreren op het expliciet aanleren van nieuwe vaardigheden die hen als gezin sterker maken.

Thema's

In gezinstherapie volgens de tweede en derde generatie cognitieve gedragstherapie doorlopen gezinsleden met de therapeut de 2 stappen. In deze 2 stappen worden in totaal aan 4 thema’s gewerkt (zie tabel).

Overzicht van de structuur van Gezinstherapie gebaseerd op de 2e en 3e generatie CGT

Stap Thema
1 Acceptatie
Tolerantie
2 Verbeteren van de communicatie
Samen problemen oplossen

In de opleiding Gezinstherapie gebaseerd op de tweede en derde generatie cognitieve gedragstherapie leer je welke concrete technieken en oefeningen je in kan zetten om invulling te geven aan elk van de 4 thema’s. Het werk dat het gezin daarbij moet verrichten gebeurt niet alleen tijdens de sessies. Het gezin krijgt ook huiswerk mee. Thuis gaan gezinsleden oefeningen doen of gesprekken voeren aan de hand van huiswerkopdrachten. Welke dat zijn en hoe je deze kan inzetten vormt ook onderdeel van de opleiding. Kortom, in de opleiding krijg je concrete handvatten die je kan gebruiken tijdens de sessies en daarna. Hoeveel sessies nodig zijn om met het gezin de 4 thema’s te doorlopen varieert per gezin. Reken erop dat er per thema zeker 2 sessies met het gezin nodig zijn. Het kan echter gebeuren dat je, naast de gezamenlijke sessies, ook een of meerdere sessies in moet lassen met een van de gezinsleden apart of met een subsysteem uit het gezin. Dat kan bijvoorbeeld gebeuren als een van de gezinsleden veel moeite heeft met een bepaald thema of bepaalde oefeningen minder goed oppikt dan andere gezinsleden. Daarnaast is een goede intake vooraf van groot belang. Hierin stel je samen met gezin vast aan welke doelen het gezin in de therapie wilt gaan werken. Bij gezinstherapie geldt, misschien wel sterker dan elders, ‘een goed begin is het halve werk’. In de opleiding gezinstherapie van de IBT-Academie is daarom ook aandacht voor de intake.